Teelthandleiding olievlas op zand en dalgrond

In opdracht van Stichting Vlasmanifestatie is er een teelthandleiding geschreven voor olievlas. Deze teelthandleiding is speciaal geschreven voor zand- en dalgronden, welke het meest voorkomend zijn in en rond Twente. Hieronder volgt een korte samenvatting van de bevindingen en een toekomstvisie over olievlas in de regio Twente . Deze bevindingen zullen waarschijnlijk in de loop der jaren d.m.v. onderzoek nog aan een aantal aanvullingen/wijzigingen onderhevig zijn.

De teelt van olievlas

Het areaal olievlas is niet groot hier in Nederland. Bij de meeste agrariërs is er niet veel kennis van dit gewas. In opdracht van de Stichting Vlasmanifestatie is er een nieuwe teelthandleiding voor olievlas op zand- en dalgronden ontwikkelt. Hierin wordt beschreven wat een agrariër moet weten als hij olievlas wil gaan telen.

Het begint met het kiezen van het juiste perceel. Hierbij speelt ontwatering en een homogene structuur in de bodem een grote rol. Ook een storende laag in het perceel is niet gewenst aangezien de plant zich hierdoor niet diep kan wortelen. De structuur wordt met name bepaald door de voorvrucht die aanwezig was op het perceel. Gewassen als suikerbieten en eventueel mais, die een slechte structuur nalaten na het oogsten, zijn niet geschikt als voorvrucht voor vlas. Ook gewassen die zorgen voor veel stikstofmineralisatie, zoals bijvoorbeeld kruisbloemigen, zijn niet geschikt als voorvrucht voor vlas. Het risico op legering (het plat vallen van het gewas) is dan te groot.

Ook is een goed egaal zaaibed van belang bij het zaaien van olievlas. Dit wordt voornamelijk verkregen door het ploegen met een vorenpakker en vervolgens het cambridgen van het perceel. Een goed zaaibed is de bouwsteen voor een optimaal gewas. Op de rassenlijst van v/d Bilt Zaden en Vlas staan twee rassen, namelijk Bilton en Biltstar, met ieder zijn eigen voor- en nadelen. Uit onderzoek van de WUR is gebleken dat 780 zaden per m2 zorgt voor een optimale opbrengst. Afhankelijk van het duizend korrel gewicht van het zaaizaad resulteert dit in een dosering. Dit is te berekenen door het DKG van het zaaizaad te vermenigvuldigen met 7,8. Bij een DKG van 6,4 resulteert dit in een dosering van ongeveer 50 kg per hectare Hierbij wordt een rijenafstand van 12,5 of 25 cm gehanteerd.

Olievlas heeft over het algemeen weinig bemesting nodig. De hoogte van de bemestingsgift hangt van de bodemvoorraad af. Bevat de grond een hoge bodemvoorraad dan is bemesting nagenoeg niet nodig. Door middel van grondmonstering kan de nutriëntentoestand van de bodem worden bepaald. Wanneer stikstof gegeven dient te worden, is stikstofdeling niet aan te bevelen. Stikstofdeling zorgt voor een verlate afrijping van het gewas.

Op het gebied van ziekten en plagen spelen vooral aardvlooien en vroege akkertrips een rol. Deze insecten kunnen vooral voorkomen/bestreden worden door een voldoende ruime rotatie aan te houden (liefst 1 op 6). Daarnaast is het goed mogelijk door middel van een chemische insecticide de schade te beperken.

Mechanische onkruidbestrijding is bij olievlas beter mogelijk dan bij vezelvlas. Dat komt door de ruime rijenafstand van 25 of 37,5 cm. Dit maakt het mogelijk tussen de rijen te schoffelen. Dit kan bijvoorbeeld met een schoffeltuig met schoffelmessen of met een triltandschoffel. Ook is het mogelijk om met een wiedeg die aangepast is op de rijenafstand het onkruid te bestrijden.
Daarnaast zijn onkruiden goed in de hand te houden met verschillende soorten herbiciden. Het is vooral erg belangrijk te beginnen met een schone start. Dit houdt in het afbranden van het perceel (met bijvoorbeeld Glyfosaat) om het perceel vrij van onkruid te krijgen.

Tenslotte zal er geoogst moeten worden. Dit is met een reguliere maaidorser, met een aantal aanpassingen qua afstellingen, goed mogelijk. Voor de juiste afstellingen verwijzen wij graag naar onze teelthandleiding. Daarnaast is het ook mogelijk om eerst het gewas op zwad te maaien en vervolgens na een week te dorsen. Een probleem hierbij is vaak het weer. Wanneer het zwad gemaaid is en er komt regen in het zwad droogt het zeer moeilijk. Wanneer de zaden nog op stam staan is het vaak ook makkelijker te dorsen. Om deze reden wordt zwadmaaien niet aanbevolen en het dorsen wel.

Uiteraard is het ook erg belangrijk wat er verdient gaat worden aan het olievlas. Om die reden is er op basis van prijsaannames een saldoberekening gemaakt. Deze prijsaannames zullen niet voor elk jaar gelden. Het saldo van olievlas kan daarom per jaar verschillend uitvallen. Op basis van de huidige prijzen is er een vergelijking gemaakt met snijmaïs. Hieruit is gebleken dat, bij deze prijzen, snijmaïs 300 euro per hectare rendabeler is.

Na het maken van deze teelthandleiding zijn er ook nog een aantal vragen overgebleven die nog beantwoordt moeten gaan worden in de toekomst. Hieronder een overzicht van deze vragen:

• Wat is de meest ideale rijafstand? Is de ideale rijafstand 25 cm omdat hierdoor de plant meer ruimte heeft om te vertakken (en zaad te vormen) doordat er tussen de rijen meer ruimte is ? Of is 12,5 cm een betere rijafstand omdat hierdoor de plantafstand in de rij kleiner wordt?

• Welke dosering past het beste bij de rijafstand van de vorige vraag om een zo hoog mogelijke opbrengst te genereren?

• In hoeverre is het mogelijk om de teelt van olievlas biologisch te maken? Is dit realistisch en rendabel? Welke afzetkanalen passen hierbij?

Al met al, is het voor een agrariër het telen van dit gewas goed mogelijk, eventueel met enige hulp van een loonwerker. Door duidelijkheid te creëren over het telen van het gewas hopen we dat olievlas een plek gaat innemen binnen het bouwplan van de agrariër, en dat het landschap van Twente over een paar jaar in de zomer grotendeels weer blauw zal kleuren.

Herjan Ritsema & Erwin Bakker
Studenten CAH Vilentum te Dronten

AttachmentSize
Teelthandleiding olievlas op zand- en dalgrond.pdf1.19 MB